line decor
 
line decor
 
 
 
 

 
 
ACHTERGROND

1. De aanleiding: milieuschade door energieconsumptie en beperkingen beschikbaarheid van fossiele energiedragers

Voor de industriële revolutie van de 19de eeuw was biomassa de voornaamste energiebron. Deze biomassa werd aangewend voor de productie van warmte via verbranding en voor aandrijving met behulp van dieren. Deze energiebron was in de meeste gevallen duurzaam. Indien het verbruik de natuurlijke productie niet overschreed, konden deze processen tot in het oneindige doorgaan.

Vanaf de industriële revolutie is men biomassa als energiebron anders en intenstiever gaan gebruiken voor de omzetting in mechanische energie in allerlei stoommachines en om aan de grotere warmtevraag (staalproductie) te gaan voldoen. Hierdoor kon de natuurlijke aangroei van de houtvoorraden niet meer voldoen aan de vraag. Een sprekend voorbeeld hiervan is Schotland, waar praktisch alle bossen gedurende deze periode gerooid werden. Om aan de sterk groeiende vraag naar energie te kunnen voldoen, werd steeds meer gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen. In eerste instantie was dit steenkool, later natuurlijk ook aardolie en aardgas. Deze energiedragende materie is eigenlijk plantaardig materiaal dat gedurende miljoenen jaren onder hoge druk en temperatuur gevormd werd in de aardkorst. Hierdoor worden fossiele energiedragers gekenmerkt door een grote energieinhoud per gewicht, wat het transport ervan vergemakkelijkt. Tevens werd de invulling van de energievraag voor de menselijke ontwikkeling hierdoor losgekoppeld van wat de natuur ons kon leveren. De economie kon zich vanaf dit moment ontwikkelen zonder rekening te houden met het milieu waarin zij zich ontwikkelt. Dit maakte de baan vrij voor een niet-duurzame ontwikkeling op een lange termijn: een ontwikkeling die niet oneindig door kan gaan.

Sinds de twee wereldoorlogen werd deze trend in een steeds sneller tempo voortgezet. De wereldoorlogen hebben tevens de ontwikkeling van nucleaire energie mogelijk gemaakt. Deze energievorm maakt de menselijke ontwikkeling nog verder onafhankelijk van zijn milieu maar is eveneens fossiel en dus beperkt in voorraad.

Sinds de jaren 70 en de jaren 80 is het bewustzijn gegroeid dat deze energiepolitiek niet tot in het oneindige houdbaar is: de voorraden zijn beperkt en de milieuschade is aanzienlijk. Verbranding van fossiele brandstoffen geeft aanleiding tot schadelijke emissies die leiden tot zure regen, smog,... Het transport en de opslag veroorzaakten verschillende milieucatastrofes. Nucleaire energie (kernfisie) leidt eveneens tot het ontstaan van een bijzonder schadelijke radioactieve afvalstroom.

De jaren 90 brachten een nieuw probleem dat samengaat met de verbranding van brandstoffen aan het licht: de uitstoot van CO2 en het broeikaseffect. Deze uitstoot zorgt er namelijk voor dat de zonnestraling die normaalgezien door het aardoppervlak gereflecteerd wordt opnieuw naar het aardoppervlak toe gezonden wordt. De warmte van de zon blijft met andere woorden gevangen in de atmosfeer waardoor het klimaat op aarde opwarmt. Deze theorieën bleven tot het begin van de 21ste eeuw controversieel maar worden nu internationaal bevestigd als zijnde zeer waarschijnlijk. De vraag "zal het klimaat opwarmen?" werd omgebogen naar "hoe sterk zal het klimaat opwarmen?". Feit is dat zelfs een kleine opwarming zeer grote gevolgen kan hebben: verlies aan biodiversiteit, verdroging en verzilting, extreme weersomstandigheden, verhoging van de zeespiegel,... Belangrijk is ook dat een lokale uitstoot van broeikasgassen (bijvoorbeeld in de Westerse regio) een wereldwijde impact heeft (vooral de armere regio's zullen schade ondervinden).

Verder lezen: "2. De algemene oplossingen"

 

 

Contact
ENvisie
Eikenlaan 1
1820 Melsbroek
GSM: 0486/66.74.00
@: epc@envisie.be